De praktijk


Sommige kinderen popelen om naar de basisschool te gaan, voor anderen is het een angstig moment. Wat dan het beste helpt, is dat kinderen al weten welke leerkracht ze straks krijgen, hoe het lokaal eruit ziet waar ze straks zitten en dat ze al wat kinderen kennen die in de kleutergroep zitten.
 
Door onze samenwerking tussen de voorschool en de kleutergroep, weten onze peuters al precies waar ze aan gaan beginnen. De peuters van de voorschool werken in dezelfde structuur als de kleuters, gaan regelmatig naar de kleutergroep om mee te spelen, de peuters en kleuters komen elkaar tegen bij het buiten spelen en zien daar ook al de 'juf'.
 
Voor kinderen is het belangrijk dat zij zich veilig voelen bij de stap naar de ‘grote school’ en dat ze goed voorbereid aan hun basisschoolperiode beginnen. Herkenbaarheid voor de aanstaande kleuters is daarbij heel belangrijk. Dat kan bevorderd worden als de aanpak, het aanbod en het handelen van de peuterleidster en de kleuterleidster op elkaar aansluiten.
 
Aan een doorgaande lijn tussen de peuters en de kleuters kunnen we drie aspecten onderscheiden:
 
Inhoud
Hier gaat het om de manier waarop leerdoelen en ontwikkelingsdoelen op elkaar voortbouwen, hoe thema’s overeenkomen, of de pedagogisch-didactische aanpak bekend is en hoe de omgang met ouders is afgestemd.
 
In de praktijk betekent dit:
De leerkrachten van de kleutergroepen en de pedagogisch medewerkers van de voorschool bereiden gezamenlijk het thema voor. Hierbij wordt nagedacht over materialen in de activiteitenhoeken, verhalen, liedjes, taal- en rekenactiviteiten en ideeën voor activiteiten waar kinderen zelfstandig mee spelen in kleine groepjes.
 
Relatie
Hier gaat het om de relatie tussen de leidsters van de voorschool en de leidsters van de kleutergroepen. Zorg dat je elkaar kent, dat de afspraken duidelijk zijn, dat er gezamenlijke overlegmomenten zijn. Op deze basis kun je dan verder bouwen aan afstemming en samenwerking.
 
In de praktijk betekent dit:
De leidsters van de peuters en de kleuters hebben regelmatig overleg met elkaar. Het thema wordt gezamenlijk voorbereid, de leerlingen die overstappen van de voorschool naar de kleutergroep worden besproken, er wordt regelmatig gelijktijdig buiten gespeeld, waarin tijd is voor een informeel gesprek.
 
Formele structuur
Hier gaat het over de formele kant wat betreft de afspraken binnen en tussen de voorschool en de basisschool. De focus ligt hierbij op de wijze waarop gegevens van de peuters worden overgedragen, welke gegevens worden overgedragen en door wie ze worden overgedragen.
 
In de praktijk betekent dit:
De peuters van de voorschool worden door de leidsters 'warm' overgedragen. Dat houdt in dat iedere peuter persoonlijk besproken wordt. We maken geen gebruik van een formulier, maar van een gesprek. Hiermee zorgen we ervoor dat iedere nieuwe kleuter een goede start heeft omdat de leerkracht zicht heeft op de persoonlijke ontwikkeling. 
 
Praktische inrichting
Kinderen in groep 1 en 2 verkennen de wereld om zich heen door te spelen, te construeren en te handelen. Dat zie je terug in de inrichting van de klas in hoeken. Bij de inrichting van een hoek wordt rekening gehouden met het feit dat er kinderen spelen die van elkaar verschillen in ontwikkelingsniveau. Bij het inrichten van een hoek wordt uitgegaan van de verwachting van de leidster. Zij formuleert de activiteit die aansluit bij de behoefte en belangstelling van de kinderen, kiest de materialen die tot nieuwe spelideeën oproepen en geeft ruimte aan de ontwikkeling van de fantasie van de kinderen.
 
De leidsters faciliteren het spel van kinderen door het inrichten van goede speelhoeken. De inrichting van deze hoeken en het totale lokaal vindt plaats vanuit drie invalshoeken:  
Een goede hoek ziet er aantrekkelijk en overzichtelijk uit. De hoek maakt nieuwsgierig en nodigt uit tot spel.
 
Om de kinderen alle ruimte te geven om tot spel te komen, is het van belang dat de structuur van de dag voor alle kinderen duidelijk is. Hiervoor gebruiken we zowel in de voorschool als op de basisschool het daltonbord en het maatjesbord.
Op het daltonbord zien de kinderen wat er gepland staat voor de dag. Hiervoor maken we gebruik van dezelfde dagritmekaarten.
Op het maatjesbord is voor de kinderen zichtbaar wie deze periode hun maatje is. Het uitgangspunt voor werken met een maatje is: 'Alleen kun je al heel veel, maar samen nog veel meer'. Een jongste peuter wordt gekoppeld aan een oudste peuter, zo kunnen ze veel van elkaar leren.
 
Als de leidster meespeelt met een kind of groepje kinderen, mag zij even niet gestoord worden door de andere kinderen. De leidster draagt dan een 'niet storen ketting'. Deze ketting is het teken voor kinderen dat ze even geen vraag aan de leidster mogen stellen. Ze kunnen hun vraag dan aan hun maatje stellen. Zo leren de kinderen omgaan met uitgestelde aandacht.
 
De schooltijden van De Speeltrein en De Wissel zijn gelijk aan elkaar. Op de voorschool starten de peuters om 8.30 uur en mogen om 12.00 uur weer opgehaald worden. Op woensdag en vrijdag zijn de peuters om 12.30 uur uit.
 
Een minimale afname van twee ochtenden is verplicht.
Er geldt een uurtarief van € 7,18 en ouders kunnen via de belastingdienst een kinderopvangtoeslag aanvragen.